GSM EN GEZONDHEID
Studiedag vrijdag 18 juni 1999
Op de Universiteit van Utrecht “De Uithof”
In de kleine zaal van de faculteit Aardwetenschappen.van 12.30 uur tot 16.30 uur
Gezondheid heeft voor veel mensen een zeer hoge prioriteit. Op veel gebieden wordt daarom getracht de belasting van ons leefmilieu zo laag mogelijk te houden. Zo is er reeds strenge regelgeving voor milieueffecten van b.v. geluid, smog, chemische stoffen. Weinig aandacht echter krijgt tot nu toe straling van o.a. GSM apparatuur en zendmasten. Op internationaal niveau ontstaat het vermoeden dat deze elektromagnetische straling een niet te onderschatten invloed heeft op de kwaliteit van de gezondheid, waardoor het immuunsysteem verzwakt wordt en tal van potentiële ziekten vervroegd kunnen optreden. De bedoeling van de studiedag is antwoord te krijgen op de volgende vragen:
- In hoeverre is elektromagnetische (EM) straling van GSM apparaten en zendmasten een reële gezondheid-, stress- en milieufactor?
- Hoe kan men omgaan met onzekerheden over effecten van EM straling op de gezondheid?
- Is het noodzakelijk om striktere regelgeving en normstelling toe te passen?
Drie sprekers zullen ieder vanuit hun verschillende invalshoeken een inleiding geven op deze problematiek. Aansluitend zal een forumdiscussie met het publiek uit de zaal plaatsvinden. De studiedag is o.a. bedoeld voor beleidmakers, wetenschappers en voor een ieder die belangstelling heeft voor dit thema. In de forumdiscussie zal er voldoende ruimte zijn voor actuele vragen over bijvoorbeeld de mogelijke schadelijke gevolgen voor de gezondheid van zendmasten op daken en hoe overheden en adviesorganen hiermee omgaan.
PROGRAMMA
13.00 -13.15 uur: Opening door de dagvoorzitter ir. F. van den Berg Wetenschapswinkel Natuurkunde Groningen
Inleiding over GSM en EM straling
13.15 -13.45 uur: Dr. E. van Rongen. Wetenschappelijk secretaris bij de GR
Blootstelling aan elektromagnetische velden: de aanbevelingen van de Gezondheidsraad
Op grond van gegevens uit enkele duizenden gedurende de afgelopen 30 jaar gepubliceerde onderzoeken, heeft de Gezondheidsraad aanbevelingen gedaan voor blootstellingslimieten. Waarom kunnen sommige gegevens wel, en andere niet als basis voor limieten dienen? Zin en onzin over thermische en niet-thermische effecten.
13.45 -14.15 uur: Prof. Dr. L. Reijnders. Hoogleraar Milieukunde
Electro-magnetische velden en het voorzorgbeginsel
De gemeenschap zit met een probleem, omdat op de aanbieders van apparatuur, die werkt met radiofrequente electromagnetische velden, niet de plicht rust om met empirisch onderzoek aan te tonen dat het gebruik van deze velden veilig is. Gegeven de aanwijzingen voor niet-thermische negatieve effecten, die uit een aantal onderzoeken aan radiofrequente velden naar voren komen, is bij de aanpak van dit probleem toepassing van het voorzorgbeginsel gewenst.
14.45 -15.15 uur: Dr. K. Vendrik. Tweede-Kamerlid voor Groen Links
Risicobeleid
Veel technologische vernieuwingen creëren nieuwe risico’s, waarvan de grootte meestal niet onmiddellijk onderkend wordt. Dat vraagt in onze ’technotoop’ om een risicobeleid, een politiek waarin risico’s op een adequate wijze worden onderzocht en middels beleid tegemoet worden getreden. Het voorzorgprincipe lijkt een goede basis te creëren voor een veilige omgang met risico’s, omdat niet wordt uitgesloten dat we niet alles weten. Ook in het geval van straling als gevolg van mobiele telefonie lijken er goede redenen te zijn het voorzorgprincipe toe te passen en daarop regels omtrent apparaten en gebruik van zendinstallaties te baseren.
15.15 – 16.15 uur: Forum gesprek met de deelnemers in de zaal. Panelleden:
- Dr. E. van Rongen, Wetenschappelijk secretaris bij de Gezondheidsraad
- Prof. Dr. L. Reijnders, Hoogleraar Milieukunde
- Dr. K. Vendrik, Tweede-Kamerlid voor Groen Links
- Dr. M. Reijnders, Bedrijfsarts bij een energiebedrijf
- Dr. P. Jonas, Huisarts en gemeenteraadslid SP
- Ing. L. Lagendijk, Beleidsmedewerker van KPN (namens de 5 operators)
16.15 – 16.30 uur: Samenvatting en conclusies door de dagvoorzitter.
Reformatorisch Dagblad
Binnenland 19 juni 1999
KPN gaat klachten “serieus bekijken”
Kloof tussen bange burgers
en GSM-aanbieders
Van onze wetenschapsredactie
UTRECHT – Verontruste burgers die hun gezondheidsklachten toeschrijven aan GSM-zendmasten, kunnen daarmee niet terecht bij de overheid en telecomaanbieders. Die nemen klachten niet serieus, zo klonk het gistermiddag tijdens een studiebijeenkomst over GSM en gezondheid in Utrecht.
“Ik sliep nauwelijks en tweemaal dit jaar kon ik niet lopen. Ik zat vol met 1800 MHz-straling, zo bleek na metingen. Sinds ik mijn huis afscherm tegen elektromagnetische straling, knap ik gelukkig weer op.”
De vrouw van middelbare leeftijd is ervan overtuigd: haar klachten zijn te wijten aan de straling van een woud van GSM-zendmasten die rondom haar woning staan. Dankzij het werk van een alternatieve arts uit Gouda is ze van haar gezondheidsproblemen verlost.
Dr. E. van Rongen van de Gezondheidsraad gelooft niet zo in het verhaal. “De Gezondheidsraad doet niets met mensen die geloven in wichelroede lopen. Goed wetenschappelijk bewijs ontbreekt.” Protest uit de zaal. “Ziet u wel dat klachten en belangrijke brieven terzijde worden geschoven. Maar u bent wel verantwoordelijk voor de gezondheid van Nederland.”
Tijdens de studiemiddag over GSM en gezondheid klonken gistermiddag veel negatieve geluiden over de overheid, gezondheidsinstanties en telecomaanbieders. Die zouden niet luisteren naar klachten naar aanleiding van GSM-straling, maar zich verschuilen achter de wetenschap.
De bijeenkomst was een initiatief van de Rotterdamse natuurkundedocent J. van Gils. Tussen het 150-koppige publiek bevonden zich niet alleen verontruste particulieren, maar ook GGD-artsen, medische milieukundigen, de secretaris van een bewonerscommissie en een adviseur duurzaam bouwen.
Dilemma
Stralingsbioloog Van Rongen verschool zich openlijk achter de wetenschap. Volgens hem kan het verband tussen mobiele telefonie en klachten als hoofdpijn, slaapstoornissen en kanker moeilijk wetenschappelijk worden verklaard. Onderzoeken die een dergelijke relatie aantonen, kunnen vaak door collega-wetenschappers niet worden herhaald. Alleen warmteopwekking is een bewezen effect; de opwarming van het hoofd is echter gering. De stelling dat er geen risico’s zijn, is echter ook niet te verdedigen, zei Van Rongen. Daarmee gaf hij de oorzaak aan van de kloof tussen consument en producent.
Voor hoogleraar milieukunde prof. dr. L. Reijnders is de onzekerheid over risico’s reden voor beschermende maatregelen, het ”voorzorgbeginsel”: beter voorkomen dan genezen. Zo moeten producenten proberen het vermogen van zendmasten en mobiele telefoons zo laag mogelijk te houden. Hij trok de vergelijking tussen geneesmiddelenfabrikanten en GSM-aanbieders. De eersten moeten voor marktintroductie met voldoende wetenschappelijk bewijs komen van de veiligheid van het geneesmiddel, terwijl telecomaanbieders vergelijkbare verplichtingen niet hebben.
Afdoende
Precies dezelfde onderzoeken die Van Rongen omschreef als „niet bewezen” zijn voor Reijnders voldoende bewijs voor zijn standpunt. Hij kreeg bijval van K. Vendrik, Tweede-Kamerlid voor GroenLinks. L. Lagendijk van KPN Research zag geen reden tot uitvoering van dit voorzorgbeginsel. “Het idee erachter is aardig, maar de huidige regelgeving is afdoende. Nergens in de Nederlandse huizen komt de blootstelling aan straling boven de veiligheidsnormen.”
Aan de gebrekkige communicatie tussen telecomaanbieders en overheid aan de ene kant, en burgers aan de andere kant zal wat worden gedaan, beloofde Lagendijk. KPN en de Gezondheidsraad gaan samen “serieus kijken” naar geregistreerde klachten. „Geregistreerde klachten”, benadrukte hij nog eens. “Met het roepen van klachten zoals hier in de zaal kunnen we niets.”
Algemeen Dagblad, 14 juni 1999:
Schade door gsm-gebruik niet aangetoond
lees verder...
Notoire gsm-gebruikers hoeven zich niet ongerust te maken over hun gezondheid. De schadelijke gevolgen van mobiel bellen blijven beperkt tot een hoge telefoonrekening en een te verwaarlozen temperatuurstijging rondom het oor. Dat concluderen onderzoekers van TNO en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) die deze week afzonderlijk hun resultaten naar buiten brachten. Het TNO-onderzoek, in opdracht van onder meer KPN Telecom, Libertel en Philips, is het stelligst in zijn conclusies. “Behalve een temperatuurstijging in het hoofd van maximaal 0,16 graden Celsius zijn er geen indicaties dat er effecten optreden als gevolg van mobiel bellen”, zegt onderzoeker J. Lagendijk. Volgens hem is deze temperatuurstijging nog het sterkst in de huid en is er dus geen sprake van een ongemerkte opwarming van de hersenen, zoals hier en daar werd gevreesd. “Bovendien is een stijging van 0,16 graden niet ongewoon voor het menselijk lichaam. Na een flink stuk hardlopen wil de temperatuur nog weleens oplopen tot 39 graden Celsius.” Het RIVM houdt de temperatuurstijging op ‘aanzienlijk minder dan één graad’. Het instituut heeft zelf geen metingen gedaan, maar baseert zich op uitgebreid literatuur-onderzoek. Na analyse en vergelijking van tests uit andere landen, luidt de conclusie dat er waarschijnlijk geen gezondheidseffecten optreden door mobiel bellen. Een garantie kan H. Leenhouts echter niet geven. “Het is niet aan te tonen dat er helemaal niets gebeurt, dus men zal blijven onderzoeken, om te constateren dat bepaalde angsten ongegrond zijn. Wij hebben geen reden kunnen vinden bezorgd te zijn.” Leenhouts sluit echter niet uit dat mobiele bellers last kunnen krijgen van slaapstoornissen, met als gevolg hoofdpijn en vermoeidheid. “Er zijn onderzoeken die daarop wijzen, maar de resultaten zijn aanvechtbaar. Er is nergens een vergelijking gemaakt met gewone bellers.” Het RIVM stuitte bij zijn analyse wel op een onderzoek met muizen die na blootstelling aan straling kanker kregen. “Maar die muizen waren speciaal geselecteerd op gevoeligheid. Bovendien lopen ze door hun geringe omvang toch meer risico op besmetting dan mensen. Het is voor ons daarom geen reden bezorgd te zijn.” TNO en RIVM zijn niet verrast door de conclusies. “In de wetenschappelijke wereld is al veel langer bekend dat radiogolven, zoals die van mobiele telefoons, niet gevaarlijk zijn voor de mens”, aldus Lagendijk. “Dit onderzoek is niet meer dan een toepassing van bestaande kennis. Ik zou dan ooK liever zien dat het geld dat met dit soort onderzoeken gemoeid is, voor andere vormen van onderzoek wordt gebruikt.” KPN, met circa 2,5 miljoen mobiele bellers leider op de Nederlandse telecommarkt, is blij met de uitkomsten. “Wij hopen dat hiermee een einde komt aan allerlei indianenverhalen over mobiel bellen. Dat is ook de reden dat wij dit soort onderzoek sponsoren.”
Algemeen Dagblad, 3 september 1999:
Radiostraling GSM-telefonie
lees verder...
De markt voor mobiele communicatie maakt een explosieve groei door. In hoog tempo zijn de vijf aanbieders van mobiele telefonie in ons land bezig met het plaatsen van GSM-basisstations, bij voorkeur op hoge (woon)gebouwen. Tegelijkertijd heerst bij sommige mensen bezorgdheid over de gevolgen van zowel GSM-telefoons als basisstations voor de gezondheid. Een bezorgdheid die mede wordt gevoed door de soms alarmerende berichten in de media. Bij de Natuurkundewinkel van de Rijksuniversiteit Groningen is de brochure ‘Gezondheidseffecten van radiofrequente straling, GSM-telefonie’ verschenen, Daarin wordt – in begrijpelijke taal – ingegaan op de biologische effecten van radiostraling en de eventuele gevolgen hiervan voor de gezondheid. Deze brochure is te bestellen bij de Natuurkundewinkel, Nijenborgh 4,9747 AG Groningen, tel. 056 – 363 48 67, email: nawi@phys.rug.nl. De prijs bedraagt ƒ 7,50 (excl. portokosten).
Brieven aan Algemeen Dagblad,
19 oktober 1999: Antennes
lees verder...
Woud van antennes op komst (AD, 14 oktober). Hoewel er steeds meer concrete feiten komen over de gevaren van de straling van gsm’s, gaat men onverdroten voort met de bevolking met deze straling op te zadelen. Gelukkig zijn er fracties uit de Tweede Kamer die twijfelen aan de uitkomsten van een onderzoek door de Gezondheidsraad naar de risico’s die deze masten met zich meebrengen. Wanneer men inderdaad deze basisstations op de wegportalen gaat plaatsen betekent dit wel dat verkeersdeelnemers continu in dit stralingsveld zitten. Britse wetenschappers zijn blijkbaar een andere mening toegedaan want die hebben er bij het parlement op aangedrongen dat op gsm’s een soortgelijke tekst komt te staan als op pakjes sigaretten, dat ze schade aan de gezondheid kunnen toebrengen. Ook opvallend is dat de Londense Bobby’s het advies hebben gekregen hun gsm’s niet meer dan vijf minuten per dag te gebruiken. Ik ben ik de mening toegedaan dat de gsm het ‘asbestprobleem’ van de 21ste eeuw gaat vormen. Het zou een goede zaak zijn als er eens een grondig en vooral objectief onderzoek gedaan zou worden in ons land naar de gevolgen van deze straling, met name van de gsm’s zelf (2 watt hoogfrequent pal tegen je hersenpan is niet niks!), zijn voor onze gezondheid. B.J.G. Hamer, Didam
Opening van de studiedag
door initiatiefnemer Jan van Gils
lees verder...
Als organisator van de studiedag GSM en Gezondheid wil ik iedereen hartelijk welkom heten, m.n. de sprekers en de forumleden. Vanmiddag zullen wij spreken over gezondheid, over de volksgezondheid, dat ons allen zo na aan het hart ligt. Echter nu we over de relatie met de mobiele telefonie spreken zouden we beter kunnen zeggen “dat ons zo na aan het hoofd ligt“. De ongerustheid, en onzekerheid, die er heerst kan niet meer genegeerd worden. We zitten ergens tussen twee uitersten die in gesprekken naar voren komen als “het zit tussen je oren-hysterie” en “dit wordt het schandaal van de 21 eeuw“. Deze twee uitersten, met een zeer groot grijs tussengebied van onzekerheid, is ook een afspiegeling van het natuurkundige fenomeen elektromagnetisme zelf. EM velden tonen ons ook polarisatie en kent geen midden. Ik hoop dat deze studiedag iets meer kleur aan dit grijze gebied van onzekerheden mag geven en dat we een onvruchtbare polarisatie die zo karakteristiek is voor EM straling overwinnen. Deze dag heeft het karakter van “beeldvorming”, eindconclusies en beleidsrichtlijnen zijn voor later.
Voordat ik het woord geef aan dhr van den Berg van de Wetenschapswinkel Natuurkunde Groningen, wil ik nog iets zeggen over hoe deze studiedag tot stand is gekomen. Als natuurkundeleraar ben ik al jaren verbonden met het Louis Bolk onderzoeksinstituut, tevens ben ik lid van de VIBA werkgroep elektrobiologie en van het Dordrechtse platform tegen zendmasten. Vanuit deze achtergrond heb ik in februari het initiatief genomen tot deze dag, heel veel mensen hebben mij hierbij geholpen, die ik allemaal hartelijk wil bedanken, speciaal Frits van den Berg en Manon Vaal van de wetenschapswinkels in Groningen en Utrecht. Mijn invalshoek is dat wetenschap, praktijk, de ervaring in het veld en de politiek meer met elkaar moeten communiceren om tot een levendige volksgezondheid te komen. Ik wens u een stralende studiemiddag toe.
Opening door ir. F. van den Berg:
Inleiding over GSM en EM straling
lees verder...
Elektromagnetische straling wordt verdeeld in een aantal frequentiegebieden die in de praktijk van belang zijn. EM straling wekt altijd elektrische stromen op in geleidende materialen. In de techniek wordt daar juist gebruik van gemaakt om via EM straling signalen over te brengen. Apparatuur kan daarvoor zeer gevoelig worden gemaakt, vaak in een beperkt frequentiegebied. Als het ongewenst door apparatuur wordt ontvangen, wordt het storing genoemd. Hoge frequenties (vanaf ongeveer 1 megahertz) worden voor allerlei communicatie gebruikt. Bij lage frequenties is het beter van elektromagnetische velden (in plaats van straling) te spreken. EM straling bevat eigenlijk een magnetische en een elektrische component, waarvan de magnetische component moeilijk is af te schermen. Omdat bij lage frequenties de magnetische en electrische componenten minder sterk zijn gekoppeld, is het moeilijker deze af te schermen.
| Frequentie van straling | Naam frequentiegebied | Stralingsbronnen |
| 50 Hz | ELF (extreem laagfrequent) | electriciteitsnet (net- en hoogspanning) |
| ca. 0,1 MHz | LW (longwave) langegolf | radiozenders |
| ca. 1 MHz | AM (Amplitude Modulatie) | middengolf radiozenders |
| ca. 100 MHz | FM (Frequentie Modulatie) | FM radiozenders |
| ca. 50 en ca. 200 MHz | VHF (very high frequency) | televisiezenders |
| ca. 500 tot 900 MHz | UHF (ultra high frequency) | televisiezenders |
| ca. 900 en 1800 MHz | Microgolven | mobiele telefonie |
| 2450 MHz | Microgolven | magnetron |
| vanaf ca.1000 MHz | Microgolven | radar |
| vanaf ca. 100 000 MHz | IR (infrarood) | warmtebronnen |
* : Hz = Hertz, MHz = megahertz = miljoen Hertz
De Natuurkundewinkel heeft in het verleden aandacht besteed aan de sterkte en de gezondheidsaspecten van elektromagnetische straling en velden. In 1994 is een brochure uitgebracht over elektromagnetische velden van het elektriciteitsnet (brochure “Hoogspanningslijnen gevaarlijk? De resultaten van bevolkings-onderzoeken”). In 1997 is aandacht besteed aan radiostraling (rapport “Gezondheidseffecten van radiofrequente straling – De zendmast te Jirnsum”). Nu adviseren wij bij zendmasten voor mobiele telefonie; een brochure daarover is in de maak.
E. van Rongen: Blootstelling EM velden:
De aanbevelingen van de GR
lees verder...
De afgelopen decennia zijn vele duizenden onderzoeken verricht naar biologische effecten van blootstelling aan elektromagnetische velden. De Gezondheidsraad heeft in 1997 een advies uitgebracht waarin op grond van de resultaten van al deze onderzoeken aanbevelingen worden gedaan voor blootstellingslimieten, dat wil zeggen maximaal acceptabele sterktes van het elektromagnetisch veld, waarvan het niveau afhangt van de frequentie, de blootgestelde personen (beroeps- of algemene bevolking), de mate van blootstelling (gehele lichaam of delen daarvan) en van de omstandigheden. De blootstellingslimieten zijn gebaseerd op de twee effecten waarvan wetenschappelijk is vastgesteld dat zij optreden en die mogelijk tot nadelige gevolgen voor de gezondheid kunnen leiden: de opwekking van elektrische stroompjes in het lichaam en de omzetting van een deel van de energie van het elektromagnetisch veld in warmte. Elektrische stroompjes zijn vooral van belang bij frequenties tot 10 MHz, warmteopwekking speelt een rol bij frequenties vanaf 100 kHz. Het gebied tussen 100 kHz en 10 MHz is een overgangsgebied waarin beide effecten voor komen komen. Opwekking van stroompjes en van warmte in het lichaam zijn verschijnselen die zich direct, tijdens de blootstelling, voordoen. Stopt de blootstelling, dan verdwijnen de effecten.
Regelmatig verschijnen berichten dat blootstelling aan elektromagnetische velden ook andere dan deze effecten kan veroorzaken. Dan gaat het vaak om ernstige verschijnselen die pas langere tijd na blootstelling merkbaar zijn, zoals kanker. Maar ook om gezondheidsklachten die meer direct met blootstelling in verband lijken te staan, zoals hoofdpijn, slapeloosheid en gevoelens van onwelzijn. Voor geen van deze effecten kan echter op grond van gedegen wetenschappelijk onderzoek geconcludeerd worden dat er een direct oorzakelijk verband is met blootstelling aan elektromagnetische velden. Bevolkingsonderzoek naar de relatie tussen blootstelling en kanker geeft geen duidelijke aanwijzingen voor een verband en experimenteel onderzoek heeft geen mechanisme aangetoond waarmee een eventueel verband verklaard zou kunnen worden. Laboratoriumonderzoek aan mensen die meenden gevoelig te zijn voor blootstelling aan elektromagnetische velden heeft dergelijke beweringen niet kunnen bevestigen. Noch een mogelijke invloed op het voorkomen van kanker, noch een vermeende invloed op de genoemde aspecieke klachten kunnen daarom gebruikt worden als onderbouwing van blootstellingslimieten. Wel is bij het vaststellen van de blootstellingslimieten een aanzienlijke veiligheidsmarge in acht genomen, mede vanwege de onzekerheden die er in de wetenschappelijke resultaten altijd blijven. Daarnaast zijn de blootstellingslimieten zo opgesteld dat de effecten die men beoogt te voorkómen, op zich al niet schadelijk voor de gezondheid zijn. De niveaus waarbij die effecten nog net niet voorkomen, worden met de veiligheidsmarge nog eens met een factor 50 verlaagd. De kans dat er daarmee daadwerkelijk nadelige gezondheidseffecten optreden is verwaarloosbaar. Er is geen wetenschappelijke grondslag voor het nog aanzienlijk lager stellen van de blootstellingslimieten. In de praktijk zijn de veldsterktes onder gsm-antennes een factor 100 of meer lager dan de blootstellingslimieten. Op enkele meters van een televisietoestel kunnen de daarvan afkomende elektromagnetische velden 10 tot 100 maal sterker zijn dan de velden die veroorzaakt worden door een gsm-antenne op het dak van de woning. De door een gsm-telefoon in het hoofd van de gebruiker veroorzaakte velden zijn van dezelfde orde van grootte als die afkomstig van een televisie. In een recent onderzoek van TNO en het Academisch Ziekenhuis Utrecht is aangetoond dat de temperatuurtoename in het hoofd bij gebruik van een mobiele telefoon minder dan circa 0,2 graad Celcius is.
Prof. Dr. L. Reijnders:
EM velden en het voorzorgbeginsel
lees verder...
Geneesmiddelenfabrikanten moeten, voordat ze met een product op de markt komen, met goed proefondervindelijk onderzoek laten zien dat het voldoende veilig is. En nadat het geneesmiddel in gebruik is genomen moet de fabrikant dat blijven volgen om onverwachte bijwerkingen te signaleren. GSM-aanbieders hebben geen vergelijkbare verplichtingen. En dat ligt aan de basis van veel van de heisa over GSM-zenders.
GSM zenders werken met radiofrequente electromagnetische velden. Van overheidswege is een norm vastgesteld voor de maximaal aanvaardbare sterkte daarvan. Deze blootstellingsnorm is gebaseerd op het opwarmende effect van deze velden. Voor GSM zenders en ontvangers ligt de blootstellingslimiet op ongeveer 40 respectievelijk 80 Volt per meter, afhankelijk van de frequentie. Vlak bij GSM zendmasten treden veldsterkten op die boven deze norm liggen. Afhankelijk van de kracht van de zender duikt de veldsterkte op een afstand van 2-5 meter van de GSM zendmast onder deze norm.
In sommige wetenschappelijke onderzoeken zijn aanwijzingen verkregen dat ook bij veldsterkten onder deze blootstellingsnorm bij mensen nadelige effecten zouden kunnen optreden. Onderzoeken in Zwitserland en Oostenrijk hebben aanzwijzingen opgeleverd dat vlak bij radiozenders meer slaapstoornissen voorkomen. En in onderoeken in Australie, Engeland en op Hawai is geconstateerd dat vlak bij zenders meer leukemie voorkwam dan op grotere afstand. Ook in sommige proefdieronderzoeken zijn aanwijzingen verkregen voor een grotere kans op kanker bij blootstelling aan radiofrequente electromagnetische velden . Voorts zijn er bij dieren aanwijzingen voor fysiologische eeffecten die onder meer zenwuwwerking en hormoonproductie betreffen bij veldsterkten boven de 1-3 Volt/meter. Hoewel andere onderzoeken eerder ontlastende resultaten opleveren, zijn dit soort aanwijzingen zijn voor een aantal overheden aanleiding geweest om het voorzorgbeginsel toe te passen. Volgens het voorzorgbeginsel dient men in geval van onzekerheid redelijke maatregelen te treffen wanneer er aanwijzingen zijn voor ernstige nadelige effecten. Zo heeft de Zwitserse overheid recent een regeling gepubliceerd, die bepaalt dat GSM zenders niet op woningen ,scholen en ziekenhuizen mogen worden geplaatst. Ze moeten tot dit soort ‘gevoelige objecten’ een afstand houden van 20-60 meter. In Italie geldt sinds 1 januari jongstleden voor radiofrequente electromagnetische velden een blootstellingslimiet van 8 Volt per meter. Ook sommige plaatselijke Nederlandse overheden zijn onder verwijzing naar het voorzorgbeginsel strenger dan de Nederlandse regering.
Mijns inziens is het terecht om bij GSM velden het voorzorgbeginsel toe te passen. Ook al vanwege voorzienbare problemen rond de samenloop van zenden en werkzaamheden op het dak verdient het plaatsen van GSM zenders op daken geen aanbeveling. Een blootstellingslimiet van 1 Volt per meter is mijns inziens een voor de hand liggende operationalisering van het voorzorgbeginsel.
(prof.dr.L.Reijnders is hoogleraar aan de Open Universiteit en de Universiteit van Amsterdam)
Dr. K. Vendrik:
Risicobeleid
lees verder...
- GSM zendmasten: waarover ‘zeuren’ de mensen eigenlijk?
Uit alle hoeken van het land zwelt de kritiek op het plaatsen van zendmasten aan. Bewoners van gebouwen waarop zendmasten zijn geplaatst uiten allerlei soorten klachten: irritatie, concentratiestoornissen, moeheid, tintelingen etc.. - Waarom krijgen we opeens met de problemen van GSM te maken?
Door de marktwerking in de telecombranche is een ratrace uitgebroken tussen de verschillende mobiele-telefoniebedrij¬ven. Om te kunnen bellen, moet er binnen een straal van 5 tot 6 kilometer een zendmast staan. Om voor elk bedrijf een landelijk dekkend netwerk te krij¬gen, zijn derhalve duizen¬den zend¬masten nodig. - Zijn de gezondheidsklachten terug te voeren op de schadelijke effecten van de zendmasten?
Zendmas¬ten voor mobiele telefonie produce¬ren elec¬tromagnetische stra¬ling. Bewoners van panden waarop de masten staan zeggen dat zij daarvan klachten ondervinden. Een wetenschappelijk bewijs dat de klachten door de zendmasten worden veroorzaakt is er niet. - Wat is de reactie van de overheid?
Tot op heden heeft de overheid de klachten van bewoners niet serieus genomen. Op vragen van de Kamercommissie heeft minister Borst sussende antwoorden gegeven dat het allemaal wel mee valt en dat de straling niet boven de grenzen komt. - Wat kunnen bewoners doen?
– Het is heel belangrijk dat bewoners, al dan niet in samenwerking met organisaties als het meldpunt gezondheid en milieu of het Platform tegen zendmasten, hun klachten in de openbaarheid brengen.
– Uit een rechterlijke uitspraak van de Haagse rechtbank zou blijken dat het neerzetten van zendmastinstallaties illegaal is. Bewoners kunnen dus overwegen een proces aan te spannen. - Wat vindt GroenLinks dat er moet gebeuren?
Inmiddels zwelt de klachtenstroom zo aan, dat het niet langer verantwoord is om niets te doen. Naar aanleiding van het besluit in de gemeenteraad van Haarlemmermeer – waarbij besloten is om de masten buiten de bebouwde kom te plaatsen zolang niet bekend is wat de gevolgen voor de volksgezondheid zijn- heeft de fractie van GroenLinks begin maart schriftelijke vragen gesteld aan de ministers Borst, Pronk en Netelenbosch. Deze vragen zijn nog steeds niet beantwoord, terwijl daarvoor een maximumtermijn van zes weken staat. GroenLinks vindt dat de overheid de klachten serieus moet nemen en dat de ministeries het voortouw moeten nemen in de volgende drie dingen:
– Zolang niet bekend is wat de gevolgen van GSM-masten op de volksgezondheid zijn, de regering het voorzorgsprincipe zou moeten hanteren en niet moet toestaan dat er masten in de bebouwde kom worden neergezet;
– Daarnaast zou de overheid gericht onderzoek nodig naar de effec¬ten van zendmasten op de gezondheid zodat we weten waar we het over hebben. Dat onder¬zoek zou uitgangspunt van beleid moeten worden.
– Ten slotte is een duidelijke wette¬lijke richt¬lijn over de (eventuele) toege¬stane straling hard nodig. Nu nog ont¬breekt een dergelijke wettelijke richtlijn en zijn er slechts aanbevelingen.
Dr. M. Reijnders:
Visie van een bedrijfsarts
lees verder...
Blootstelling aan Elektromagnetische velden en radiofrequente straling is moeilijk te meten. Er wordt geen dosimetrie toegepast zoals bij röntgenstraling. De belasting voor de mens wordt berekend.
Eenduidige klachten zijn niet bekend en in de bedrijfsgeneeskundige praktijk wordt over dit onderwerp nauwelijks wetenschappelijk onderzoek verricht. Door deskundigen (in Nederland de Gezondheidsraad) worden veiligheidsnormen vastgesteld.
Conclusies van recent wetenschappelijk onderzoek over dit onderwerp worden in de pers gepubliceerd. Dit leidt tot ongerustheid als mogelijk negatieve effecten worden benadrukt.
De trend van de voorlichting vanuit de overheid en het bedrijfsleven is dat bij het houden aan de normen geen risico te verwachten is. Er wordt gericht voorgelicht en gereageerd op ongerustheid. Men is terughoudend m.b.t. publicatie in de media.
De bedrijfsarts heeft nog niets in handen om verband tussen blootstelling aan Elektromagnetische velden of radiofrequente straling onder de vastgestelde normen aan te tonen. Het wachten is op uitsluitsel uit de wetenschappelijke hoek.
Onder het personeel ervaar ik geen ongerustheid als trend na publicatie in de pers. Onder de bevolking ontstaat wel af en toe ongerustheid. Door gerichte voorlichting en het geven van voorlichtingsmateriaal wordt men over het algemeen gerustgesteld.
Bronnen
- Elektromagnetische velden, 2e uitgave, Arnhem juni 1993, EnergieNed postbus 9042, 6800 GD Arnhem.
- Gezondheidsaspecten van het gebruik van mobiele telefoons, januari 1998 (SZW, VROM, V en W, VWS) postbus 51, infolijn 0800-8051
- Mogelijke oorzaken van kanker met aandacht voor blootstelling aan magnetische velden, 30 nov 1998, F.B.J. Koops KEMA, Utrechtseweg 310, 6812 AR Arnhem
(M. Reijnders, bedrijfsarts, ENW Arbo dienst in Alkmaar)
Leo Lagendijk, KPN Research:
GSM-antennes geen gezondheidsrisico
lees verder...
Zijn de elektromagnetische velden van GSM antenne-installaties schadelijk voor de gezondheid of niet? Deze vraag houdt de gemoederen bezig in binnen- en buitenland. Nationaal en internationaal zijn er zeer strenge richtlijnen uitgevaardigd. Als men zich daaraan houdt, is er geen enkel risico voor de gezondheid. Wie kent ze niet, die GSM antenne-installaties. Nederland telt inmiddels vierduizend van dit soort ‘basisstations’ voor mobiele telefonie. En met de snelle toename van het aantal mobiele bellers (nu al 4,5 miljoen in ons land), zullen er in de komende jaren nog eens vierduizend bijkomen. Soms hebben die installaties de vorm van een vaste mast, opgesteld in het vrije veld. Vaak zijn ze ook geplaatst op zogeheten daklocaties, meestal in de grote stad. Ze staan dan op het dak van een hoog gebouw, op een windmolen of op een hoogspanningsmast. Eén ding hebben ze allemaal gemeen: ze zenden elektromagnetische velden uit, ook wel radiogolven genoemd. Dat gebeurt in horizontale bundels, vergelijkbaar met de lichtbundel van een zaklantaarn. Die bundels samen vormen een elektromagnetisch veld. Een mobiele telefoon heeft dat veld nodig om contact te maken met een basisstation. Belangrijk om te weten is, dat een antenne nauwelijks naar beneden uitzendt. Recht naar beneden is het vermogen minder dan een half procent van het totale vermogen. Antennes op bijvoorbeeld daklocaties zijn bovendien vaak enkele meters boven het dak gemonteerd. Hierdoor worden de radiogolven in verticale richting nog eens geminimaliseerd. En de dakbedekking zelf zorgt voor extra bescherming. Zo’n elektromagnetisch veld van een GSM-installatie zie je niet en voel je niet. Daarom is het logisch dat mensen zich afvragen of de radiogolven ook kwaad kunnen. Als er bepaalde niveaus worden overschreden, kan zo’n veld opwarming veroorzaken van het menselijk lichaam. Er zijn nationaal en internationaal inmiddels heel wat instanties die onderzoek doen naar de maximale niveaus. Denk maar aan de International Radiation Protection Agency (IRPA), de ICNIRP, de Environmental Health Division van de Wereld Gezondheidsorganisatie en aan de nationale Gezondheidsraad in Nederland. Richtlijnen en veiligheidsnormen. Die instanties hebben allemaal, individueel en in samenwerking met elkaar, richtlijnen en veiligheidsnormen opgesteld die limieten geven voor de sterkte van elektromagnetische velden. Deze limieten worden uitgedrukt in Volt per meter (V/m). De belangrijkste internationale veiligheidsnorm is die van het IRPA en de ICNIRP. Deze is vastgesteld op een limiet van 41 V/m voor GSM 900 en 58 V/m voor GSM 1800. Aan deze niveaus kan men zonder enig nadelig effect een heel leven lang, 24 uur per dag, worden blootgesteld. De nationale Gezondheidsraad hanteert vergelijkbare richtlijnen. Volledigheidshalve hebben het IRPA/ICNIRP en de Gezondheidsraad een extra veiligheidsfactor ingebouwd. De genoemde limieten moeten vijftig maal hoger zijn gesteld dan die waarbij negatieve effecten kunnen optreden. Dat betekent dat een veilige afstand is bepaald op drie meter in horizontale richting en een halve meter in verticale richting. Alleen bij hoge uitzondering loopt iemand binnen deze afstand en direct in de bundel van de antenne een kans dat de limieten worden overschreden. Alle Nederlandse mobiele operators nemen zelf ook passende maatregelen om het publiek op veilige afstand te houden waar dat echt raadzaam is. Toch zijn er nog altijd mensen die klagen over concentratieverlies, hoofdpijn en andere kwalen als gevolg van deze elektromagnetische velden. Maar ook de meest recente onderzoeken in bijvoorbeeld Engeland, Zweden en Duitsland, hebben een verband niet kunnen aantonen. Binnen de vastgestelde grens bestaat dus geen enkel risico voor de gezondheid. De wereld van mobiele operators blijft trouwens openstaan voor serieuze mogelijkheden voor verder, wetenschappelijk verantwoord, onderzoek.
Vragen
Vindt u dat u als adviesorgaan van de regering handelt in het belang van de volksgezondheid, door richtlijnen voor te stellen die uitsluitend gebaseerd zijn op acute thermische effecten (waarbij de veiligheidsfaktor voor plaatselijke blootstelling minimaal is) . Terwijl onze kennis volgens het laatste congres in Maastricht vol met “Datagaps” zit. En u geen enkel niet thermisch, biologisch effect op korte, middellange of lange termijn in uw overwegingen heeft meegenomen.
Hoe komt de samenstelling van de commissie en van het huidige gremium tot stand?
Waarom is er geen wetgeving over em velden en straling?
Waarom bepalen de regeringspartijen of de kamer de samenstelling van de adviescommissie en gremium voor EM straling niet?
Waarom is een bevolkingssussend TNO onderzoek over een berekening van de warmteontwikkeling in het hoofd wel te financieren en significant onderzoek zo moeilijk?
Waarom zijn de richtlijnen niet tijd gerelateerd?
Waarom is onder huisartsen de relatie tussen EM en gezondheid zo onbekend?
Waarom verschuilt u zich achter de richtlijnen van de Gezondheidsraad en bent u niet veel meer klant- en milieuvriendelijk gericht, wat toch modern is?
